Gevangen – gesprek tijdens de lockdown

Tijdens een gesprek krijg ik opeens een brief in mijn handen. ‘Kijk, deze brief kreeg ik van mijn kleindochter’. Ze wijst me op de tekening erop. Haar kleindochter heeft een portret van mevrouw gemaakt naar aanleiding van een telefoongesprek. Ze heeft de verwoorde gevoelens uitgedrukt in een tekening en die spreekt boekdelen. Ze heeft haar oma in een streepjespak achter tralies geplaatst. Mevrouw schiet vol ‘dit is precies zoals ik me voel’. Ze vertelt verder over haar gevoel. Ze mag niet meer naar buiten, ze mist haar vrijheid. Ze mag niet zelf een blokje om, of even een boodschap halen. Haar kinderen en kleinkinderen heeft ze al weken niet van dichtbij gezien. Ze belt wel met ze en ze hebben beneden staan zwaaien, maar dat is anders. Dit soort gesprekken heb ik nu vaker. Er zijn de nodige mensen in een zorginstelling, die zich zo voelen. Niet iedereen is over één kam te scheren, er zijn er ook die het niet zo voelen, die zich erin berusten of die het niet beseffen. Toch komen de termen als ‘opgesloten zijn’, ‘gevangenschap’, ‘gestraft worden’ regelmatig voorbij. Ze hebben zelf geen zeggenschap meer over hun bewegingsvrijheid. Sommigen beseffen wel dat ze geen vrijheid meer hebben, maar zijn tien minuten later weer kwijt wat de reden was. De kleindochter heeft iets moois gedaan voor mevrouw, door haar emoties zo te kunnen verwerken in een tekening. Dit beeld zegt meer, dan ik kan verwoorden.